Waterbed

Ik voelde me heel wat toen ik uit het ziekenhuis ontslagen werd. Donderdagavond en vrijdagochtend was ik al helemaal geen patiënt meer. Ik luisterde naar het gekerm dat van de gang kwam en kon alleen maar denken: ik wil hier weg! De geuren, kleuren en geluiden van het UMCG stonden me tegen. Klaar om te gaan.

Maar dan…. De eerste dagen na thuiskomst voel ik me ineens toch weer de patiënt. De kleinste dingen zijn groot. En hoewel we het supergoed geregeld hebben en iedereen voor ons klaarstaat, wil ik het liefst zelf dingen doen. Maar dat lukt niet echt. Echt niet.

Loslaten

Het thuis zijn confronteert me met dat wat ik nog niet kan. Bij de meest eenvoudige dingen blijk ik de spieren in mijn borst en bovenarmen te gebruiken:  een boterham snijden, de koelkast open doen, een kop thee van de tafel pakken. Om over aan en uitkleden nog maar te zwijgen… Eigenlijk heb ik deze eerste dagen bij bijna alles hulp nodig. Want hoe droog je je rug af als je ellebogen niet boven je schouders uit mogen komen? En hoe doe je dan een shirt aan? Voordeel is dat ik zelf de snoeppot ook niet van de kast af kan pakken.
Ik kan wel zeggen dat dit een stoomcursus loslaten is. En ik ben nog niet echt klaar voor het examen. Echt niet.

De kinderen

Het is dus best lastig om weer thuis te zijn, maar vooral ook heel fijn! De blik op het gezicht van onze oudste toen hij mij weer zag, was onbetaalbaar! ‘Mama!’
Iedereen is opgelucht dat deze hobbel genomen is, hoewel het nog steeds wel een beetje spannend is. Toen ik zaterdag de beha even uitdeed, besloten we de kinderen er even bij te halen, zodat ze meteen konden zien hoe het eruit zag. Bij mijn thuiskomst vroegen ze meteen: hoe klein zijn je borsten nu? Ze kwamen kijken en vonden het er eigenlijk helemaal niet zo gek uit zien. Dus ze konden weer fijn verder spelen. Heel fijn hoe dat werkt als je klein bent. En alle drie houden ze op hun eigen manier rekening met hun tijdelijk beperkte mama.

De borsten

De kinderen vonden het dus wel prima om te zien hoe ik er nu uitzie. Martin moest wel even een drempeltje over om voor de eerste keer te kijken, maar ook hem viel het mee. En eigenlijk vind ik het zelf ook wel meevallen. M’n borsten zijn lang niet helemaal weg en het is geen horror wat er te zien is. Natuurlijk zijn er hechtingen en op die plekken zitten nog wat pleisters, maar verder ziet het er echt heel goed uit, al zeg ik het zelf. Na een paar dagen thuis, voelde het wel allemaal heel opgezet en best wel pijnlijk, waardoor ik me ineens toch zorgen begon te maken over of het wel goed zou genezen. Ik durfde bijna niet meer te gaan kijken. Toen ik dat toch maar deed, begreep ik meteen waarom het niet zo lekker aanvoelde: het was helemaal geel en blauw geworden, ongeveer tot onder mijn oksels! Tja, dan wordt verplaatsen in bed al gauw een hele opgave. Maar naast pijn en een platgestampt gevoel, voel ik nu ook steeds meer jeuk. Heel irritant, maar jeuk is goed, zegt men.

Waterbed

Ondanks de pijn en het moeten loslaten, ben ik niet ontevreden over hoe het gaat. Wie had een week geleden kunnen denken dat ik zo snel alweer thuis zou zijn? Ik in ieder geval niet. En ik had niet veel aan het resultaat gedacht, maar ook dat valt me niet tegen. Hoewel dit natuurlijk, en gelukkig, nog wel een tijdelijk resultaat is. Gelukkig, want het zijn wel heel bijzondere borsten die ik nu heb. Ergens in de afgelopen dagen ontdekte ik namelijk iets raars. Ik ging liggen en dacht: ‘heb ik nu zoveel gedronken dat het klotst?’ Bleken het mijn borsten te zijn!! Ik kwam niet meer bij van het lachen en heb het meteen aan Martin laten horen. Hij moest aan een waterbed denken… Bijzonder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *